Hoe gaan we om met de impact van de klimaattransitie op de Belgische arbeidsmarkt?

Thijs CaluEerlijke transitie, groene jobs, Klimaat, Klimaatadaptatie, Recent

In het rapport ā€˜Implications of the climate transition on employment, skills, and training in Belgiumā€™, dat werd gepresenteerd in het kader van de conferentie over een rechtvaardige transitie in BelgiĆ«, worden meer dan twintig verschillende actielijnen voorgesteld om de actoren en de politieke besluitvormers bij de transitie te ondersteunen. Het rapport bespreekt drie casestudies: de circulaire economie in Vlaanderen, de digitalisering in WalloniĆ« en de renovatie van gebouwen in Brussel. Hieronder bespreken we de belangrijkste bevindingen en geven we feedback vanuit Reset.Vlaanderen. 

Onder invloed van de transitie zullen in bepaalde sectoren jobs verdwijnen, bestaande jobs transformeren en nieuwe jobs gecreĆ«erd worden. Het rapport wil mechanismen in kaart brengen om ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt de klimaattransitie ondersteunt en dat de vaardigheden beschikbaar zijn om die transitie tot een succes te maken.  Het beoogt ook de meest kwetsbare personen te beschermen door hun toegang tot kwaliteitsvolle jobs te garanderen via opleiding en omscholing.

Conclusies

  • Megatrends zoals digitalisering en demografische veranderingen interageren met de klimaattransitie. Ze bieden mogelijkheden om aan een deel van de arbeidsmarktbehoeften te voldoen die vereist zijn voor de transitie. Bijvoorbeeld het aanmoedigen van levenslang leren zal essentieel zijn om werknemers bij te scholen voor de klimaattransitie. De klimaattransitie kan ook kansen bieden om risico’s die gepaard gaan met megatrends te verminderen. Bijvoorbeeld: het verlies van jobs met een gemiddeld vaardigheidsniveau als gevolg van digitalisering kan worden opgevangen door de vraag naar jobs met een gemiddeld vaardigheidsniveau in de klimaattransitie. Megatrends vormen echter ook risico’s voor de transitie, zoals de vergrijzing: oudere werknemers zijn moeilijker bij te scholen en hebben minder economische mobiliteit. Deze risico’s moeten worden opgevolgd en beperkt. Tot slot, is het van belang om just transition breder te benaderen dan louter de klimaattransitie, maar moeten alle megatrends in acht worden genomen;
  • Er wordt verwacht dat de klimaattransitie zal leiden tot een kleine nettowinst van jobs in BelgiĆ«, geschat op 1% Ć  1,7% tegen 2030. Jobcreatie in de transitie bestaat uit drie categorieĆ«n: 
  1. Nieuwe jobs die worden gecreƫerd voor de klimaattransitie (zoals bv. coƶrdinator voor energierenovaties)
  2. Bestaande jobs waarbij groene vaardigheden moeten worden opgenomen (bv.architecten) 
  3. Bestaande jobs waarvan de vaardigheden niet hoeven te veranderen (jv. buschauffeur). 

Belangrijk is dat de netto positieve jobcreatie alleen mogelijk is met een gericht framework, intensieve coƶrdinatie en begeleidende maatregelen en beleid.

  • De transitie heeft een impact op ongeveer de helft van de jobs: In BelgiĆ« worden 25% van de jobs rechtstreeks getroffen, 20% indirect.
  • De impact van de klimaattransitie op jobs is ongelijk verdeeld onder Belgische sectoren: sectoren waarvan wordt geschat dat ze tegen 2030 de meeste nettojobs zullen creĆ«ren, zijn de dienstensector en de bouwsector, gevolgd door de industrie, transport en communicatie, en landbouw. Er kunnen wel grote verschillen zijn binnen sectoren, bijvoorbeeld in de transportsector verwacht men een nettowinst aan jobs in de fietssector, maar jobverlies in de auto-industrie.
  • Er zijn nieuwe vaardigheden nodig in de Belgische beroepsbevolking: in sommige gevallen zullen deze nieuwe skills nodig zijn in bestaande beroepen, bijvoorbeeld loodgieters die warmtepompen installeren. In andere gevallen zullen deze vaardigheden vereist zijn van werknemers in “nieuwe groene beroepen”, zoals ingenieurs van off-shore windturbines.
  • Met gerichte ondersteuning zijn skills overdraagbaar van koolstofintensieve naar groene beroepen: succesvolle omscholing heeft het potentieel om zowel (1) werkloosheid als gevolg van jobverlies in koolstofintensieve sectoren te verminderen als (2) nodige vaardigheden te leveren voor groene sectoren. Overheidsinstanties spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen van de herscholing, waaronder het waarborgen van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van opleidingen.
  • Alle (hoge/middel/lage) vaardigheidsniveaus kunnen profiteren van de transitie, zij het in verschillende fases. Op korte termijn brengt de transitie mogelijk meer voordelen voor hooggeschoolde arbeid. Echter, voor de middellange termijn (2030) wordt een groot deel van de netto jobgroei verwacht op het niveau van laag- en middengeschoolde arbeid. Bijvoorbeeld, veel jobs op het gebied van gebouwenrenovatie, afvalbeheer en de circulaire economie zijn jobs die een gemiddeld of laag vaardigheidsniveau vereisen. Op de lange termijn (2050) kunnen dezelfde sectoren echter ook de voorkeur geven aan hogere vaardigheden, omdat ze geavanceerdere technologieĆ«n zullen integreren en kapitaalintensiever worden.
  • De drie casestudies (gebouwenrenovatie, circulaire economie, digitalisering)  benadrukken de noodzaak om (1) bestaande werknemers bij te scholen via levenslang leren programma’s en (2) trainingen en onderwijscurricula aan te passen zodat de adequate vaardigheden worden onderwezen.

Algemene beleidsaanbevelingen uit de studie

  • Voorzie leerlingen en onderwijzers van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor de klimaattransitie: (1) Voeg een module over klimaatverandering en duurzaamheid toe aan alle onderwijsprogramma’s; (2) Herzie onderwijsprogramma’s en bied nieuwe programma’s gericht op de nieuwe skills in de transitie.
  • Ondersteun omscholing en bijscholing op het vlak van energie en klimaat voor werknemers: (1) Zorg ervoor dat relevante omscholing en bijscholing beschikbaar zijn voor werknemers; (2) Vereenvoudig de toegang tot trainingen aan de hand van fiscale prikkels gericht op trainingsinitiatieven voor bedrijven (vooral KMOā€™s) en centraliseer informatie over trainingsmogelijkheden en financiĆ«le ondersteuning op Ć©Ć©n platform.
  • Trek huidige en potentiĆ«le werknemers aan voor jobs die verband houden met de koolstofarme transitie: (1) Centraliseer en verspreid informatie over onderwijs, training enjobs in verband met de koolstofarme transitie; (2) Stimuleer de werkgelegenheid van vrouwen in transitiesectoren, aangezien vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in deze sectoren; (3) Verbeter de integratie van buitenlandse werknemers om arbeidstekorten in transitiesectoren op te vangen.
  • Zorg voor goede arbeidsomstandigheden voor jobs in de klimaattransitie: (1) Breng in kaart welke transitiejobs het meeste risico lopen op ontoereikende arbeidsomstandigheden; (2) Ontwerp/versterk het beleid om goede arbeidsomstandigheden te waarborgen. Dit kan via controles, sociale inspecties en strikte sociale criteria bij openbare aanbestedingen.
  • Verbeter gezamenlijke actie en samenwerking tussen betrokkenen: (1) Verhoog de samenwerking tussen alle overheidsniveaus om een onderwijs- en opleidingsstrategie voor de klimaattransitie te ontwerpen en uit te voeren; (2) Verhoog de samenwerking tussen private en publieke entiteiten.

Hoe kijkt Reset.Vlaanderen naar het rapport? 

Bij de voorstelling van de studie gaven we onze mening, in een panel met Luca Ciccia (ACV), Jean-Marie Debaene (ABVV), Monica De Jonghe (VBO), en Anne-Laure Lejeune (Embuild).

Wat was onze feedback?

  1. De essentiĆ«le rol van het middenveld en vakbonden komt weinig aan bod in de aanbevelingen. Nochtans zijn ze essentiĆ«le actoren in het creĆ«ren en waarborgen van draagvlak en waken ze over het aspect werkbaar werk en eerlijke loonvoorwaarden. 
  2. Het rapport gaat enkel uit van klimaatmitigatie – dus het nemen van maatregelen om de broeikasgasuitstoot te verminderen. Maar wat met de impact van adaptatie  op de arbeidsmarkt? Zie ook onze bijdrage over klimaatadaptatie in het Vlaams Parlement. 
  3. De klimaattransitie zal rechtstreeks impact hebben op 25% van de werknemers. Dit is een enorme uitdaging, maar ook een kans om draagvlak voor de klimaattransitie te realiseren. Laat ons samen met bedrijven, sectoren en vakbonden werk maken van de vertaalslag op maat van die bedrijven en werknemers. Een mooi voorbeeld hiervan is ons werk rond zorg en industrie.
  4. Om deze trajecten te laten slagen is er nood aan meer studiewerk over de impact van de klimaattransitie op verschillende sectoren of geografische clusters, met aandacht voor de impact op werknemers, economie en opleiding. In dit studiewerk moeten ook de kwetsbaarheden in kaart gebracht worden.
  5. Vanuit deze acties kunnen er Just Transition plannen worden opgemaakt, met het ILO kader rond eerlijke transite als basis. Het Quadruple Helix model kan inspireren om diverse actoren te betrekken. 
  6. Er is nood aan een adaptief onderwijsbeleid (gezien de vlugge veranderingen), met sectoroverschrijdende blik. Het cijfer dat slechts 5% van de opleidingen de klimaatcrisis meeneemt is echt stuitend. 
  7. Een sturende overheid is onmisbaar in de transitie, hiervoor moet er ook veel meer departementsoverschrijdend gemaakt worden. Duidelijke keuzes moeten gemaakt worden. De overheid moet hier het publiek debat op gang trekken en sturen over de keuzes, financiering en impact.

Klik hier voor de presentaties en meer achtergrond