Werknemersinspraak en klimaat: hand in hand?

Thijs CaluEerlijke transitie, groene jobs, Klimaat, Recent, Werknemersparticipatie

Hoe hard wegen vakbondsvertegenwoordigers op het beleid van hun onderneming en hoe kunnen ze werken rond klimaat en milieu?
Met deze en andere vragen klopten we aan bij twee medewerkers van het HIVA - Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving - dat onlangs een interessante studie publiceerde over de effecten van werknemersvertegenwoordiging op organisatieniveau. Maarten Hermans werkt als senior-onderzoeker rond de thematiek van werknemersinspraak. Kris Bachus is onderzoeksleider klimaat en duurzame ontwikkeling. Met hun verzamelde expertise zijn ze de ideale gesprekspartner om het te hebben over de vele aspecten van werknemersbetrokkenheid en sociale rechtvaardigheid. 

“Het thema sociale rechtvaardigheid is eindelijk doorgedrongen tot het hoogste niveau.”, start Hermans het gesprek alvast met een positieve noot.

“Waar Europa vroeger vooral de focus legde op het puur ecologisch aspect, wordt met de Europese Green Deal de nadruk gelegd op de rechtvaardigheid van de transitie. En het gaat hierbij niet enkel om woorden: er werd 100 miljard euro uitgetrokken om de transitie sociaal en rechtvaardig te laten verlopen. De fase van de vrijwilligheid is voorbij, het is belangrijk dat er eindelijk bindende instrumenten komen.”

“Maar ondertussen zit ook de Belgische politiek niet stil”, vervolgt Bachus. “In het federaal regeerakkoord wordt er heel veel geschreven over het klimaat en circulaire economie. Daarbovenop wil men een nationale conferentie over een rechtvaardige transitie organiseren. Dat was tot voor kort ondenkbaar. Het is mooi dat hier alvast op papier veel aandacht voor is, maar de teksten in het regeerakkoord over die thema’s blinken helaas uit in vaagheid. Het is van belang dat men bij de concrete uitwerking van die plannen vanuit een grondige probleemanalyse van de sociale risico’s vertrekt en op basis daarvan oplossingen gaat zoeken. Het transitieverhaal is niet gebaat met het zomaar toekennen van subsidies aan bepaalde sectoren, zonder enige voorwaarden, maar moet doelgericht de groepen helpen die het nodig hebben.”

“De Europese Green Deal legt de nadruk op de rechtvaardigheid van de transitie en voegt de daad bij het woord: er werd 100 miljard euro uitgetrokken om de transitie sociaal en rechtvaardig te laten verlopen. De fase van de vrijwilligheid is voorbij, het is belangrijk dat er eindelijk bindende instrumenten komen.”
Maarten Hermans, HIVA
Image

© Theo Beck

Gemiste kansen


Het federaal regeerakkoord is jammer genoeg ook een verhaal van gemiste kansen, benadrukt Bachus: “Neem bijvoorbeeld de salariswagens, waar men voorlopig niet verder komt dan een ‘vergroening’. Dat zal naar uitstoot toe inderdaad een verschil maken, maar het blijft een van de meest asociale steunmaatregelen in onze economie. Het verwondert me ook dat de vakbonden een afbouw van het huidige systeem niet vlot over hun lippen kunnen krijgen. Hoe je het ook draait of keert: de 4 miljard euro die de overheid misloopt door de fiscale voordelen van het systeem van salariswagens, is een enorme sloef geld die je bijvoorbeeld ook zou kunnen gebruiken om de belastingen voor de laagste inkomensgroep te verlagen. Dat kadert meteen ook in de bredere discussie van een klimaattaxshift: het regeerakkoord bevat wel enkele kleinere elementen, maar die worden op geen enkele manier hard gemaakt. Een verregaande taxshift zit er op korte termijn alvast niet in.”

Image

“Het federaal regeerakkoord is jammer genoeg ook een verhaal van gemiste kansen. Zo is er geen sprake van een afbouw van de salariswagens, maar hooguit van een ‘vergroening’”, aldus Kris Bachus. - ©Obi Onyeador

Poolse koolmijnen

“Ook voor werknemers zitten heel wat kansen in het transitieverhaal”, vervolgt Bachus. “Alle studies wijzen in dezelfde richting: een ambitieus klimaatbeleid staat niet gelijk met een groot verlies aan tewerkstelling of jobs. Integendeel, de meeste sectoren kunnen hier echt een positief verhaal van maken, al zal de jobinhoud uiteraard soms anders worden ingevuld. Als we terug inzetten op het meer lokaal maken van een aantal waarde- en productieketens kunnen we terug meer lokale tewerkstelling verwachten. Door gerichter te focussen op onderhoud en herstelling zitten hier bovendien ook kansen voor laaggeschoolde arbeiders. 

Natuurlijk zullen er ook sectoren zijn, zoals de sector van de fossiele energie, die eruit zullen gaan op termijn. We mogen hier niet naïef zijn: bepaalde werknemers gaan het ook moeilijk krijgen. Denk maar aan bepaalde Poolse steden die op dit moment volledig afhankelijk zijn van koolmijnen, bijvoorbeeld. Als die sluiten, gaat de Poolse werknemer van 55 jaar niet naar een andere regio verhuizen om een andere job te doen. Het Europees niveau zal hier  voldoende steunmaatregelen moeten voorzien. Bij ons speelt dat veel minder, maar ook hier zal een klein percentage werknemers moeilijk omgeschoold kunnen worden. Daar is het zaak een sociaal vangnet te voorzien voor die beperkte groep”, aldus Bachus.

“We mogen niet naïef zijn: bepaalde werknemers gaan het moeilijk krijgen. Voor hen zullen voldoende steunmaatregelen voorzien moeten worden om een sociaal vangnet te creëren.”
Kris Bachus, HIVA
Image
Buitenland gidsland?

“Die werknemers hebben in de eerste plaats nood aan een geloofwaardig verhaal rond sociale bescherming voor jobverlies in die moeilijke sectoren. Het is daarbij als vakbond heel belangrijk dat je ook de hefbomen in handen hebt om echt iets te zeggen te hebben over dit thema. Anders hebben werknemers de - terechte - angst dat hun toekomst op het spel staat”, vult Hermans aan. “Maar die hefbomen ontbreken bij ons, en niet alleen op interprofessioneel niveau. Ook op bedrijfsniveau hebben vakbonden vaak slechts beperkte inspraak:  de Ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk hebben vooral informatie- en adviesrechten, maar de werkgever is niet verplicht om dit advies op te volgen of naar een consensus te zoeken. De werkgever moet verplicht enkele milieudocumenten, zoals het Integraal Milieujaarverslag of het jaarlijks verslag van de milieucoördinator voorleggen, maar we zien dat dit maar in een kleine helft van de ondernemingen ook effectief gebeurt.” 

Image
Een koolmijn in de Poolse regio Silezië, die erg afhankelijk is van de mijnbouw. Kris Bachus: “Als die mijnen sliuten gaat de Poolse werknemer van 55 jaar niet naar een andere regio verhuizen voor een nieuwe job. Europa zal hier voldoende steunmaatregelen moeten voorzien.- © Pudelek

In Nederland bijvoorbeeld zijn de rechten van de Ondernemingsraad rond de milieuproblematiek veel duidelijker vastgelegd. Bij ons is milieu mede daarom minder prominent aanwezig als thema, en gaat het in de eerste plaats om veiligheid en gezondheid. Hermans vervolgt: “In Duitsland en sommige Scandinavische landen hebben vakbonden meer inspraakrechten in de onderneming, waar werknemers zelfs een zitje krijgen in de Raad van Bestuur. Ook in vroeger onderzoek rond de impact van vertegenwoordigers op organisatieniveau in de maakindustrie hebben we de vergelijking gemaakt met een aantal andere landen. Zo zijn we in Noorwegen gaan praten met werkgevers en vakbondsfederaties. Daar zijn de vakbonden heel zelfzeker als het gaat om technologische verandering in innovaties. Zij gaan ervan uit dat ze jobverlies in bepaalde sectoren en subsectoren kunnen opvangen met voldoende compenserende maatregelen. Bij ons is die zekerheid dat er naar de vakbonden geluisterd wordt veel minder groot, waardoor vakbonden automatisch in een meer defensieve rol gedrukt worden”. 

Kansen voor een grotere vakbondslegitimiteit en -zelfzekerheid

Waar ligt dan wel de kracht en impact van vakbonden binnen organisaties en bedrijven? Hermans: “Op basis van internationaal surveyonderzoek en eigen bevragingen bij zowel managers, werknemers en werknemersvertegenwoordigers zien we dat de autonomie op vlak van de invulling van je dagelijkse taken als werknemer over het algemeen wel vrij groot is. Maar daarnaast stellen we ook ook vast dat we in vergelijking met landen met een gelijkaardige overlegstructuur en bedrijfsvoering duidelijk slechter scoren op vlak van inspraak op het bedrijfsbeleid.”


Hermans vervolgt: “In ons onderzoek zien we dat de inspraak het grootst is als het gaat over zaken waar heel duidelijke regels rond inspraak zijn vastgelegd, zoals opleidingen en veiligheid en gezondheid op het werk. We stelden ook vast dat werknemersafgevaardigden wel een cruciale rol kunnen spelen in product- en procesinnovatie, door bijvoorbeeld aan te geven hoe een proces efficiënter kan op vlak van energie- of materialengebruik. Alleen is men vaak wat terughoudend als er geen sterk sociaal overleg is dat het kader vormt voor zulke directe inspraak. Zonder zo’n afsprakenkader bestaat het risico altijd dat als als werknemer of vertegenwoordiger in je eigen vel snijdt als je zo’n zaken voorstelt, omdat men goedbedoelde tips rond een efficiënter proces ook kan gebruiken om te besparen op de personeelsbezetting. Die uitdaging om via sociaal overleg ook de processen op de werkvloer te verbeteren is een beetje eigen aan het Belgisch systeem: men onderhandelt wel over het verdelen van de taart, via de loononderhandelingen, maar veel minder over hoe de taart gebakken wordt, de werkorganisatie. Dat is een deel van een historisch compromis en is institutioneel zo verder gegroeid. Werkgevers geven niet graag de controle uit handen.”

Maar ook hier zien we dat buitenlandse voorbeelden het beter doen. Hermans vervolgt: “Die Belgische bedrijfscultuur staat in schril contrast met wat we zagen bij onze casestudies in Duitsland. Daar staat de Duitse metaalvakbond, IG Metall, heel sterk. Daar zitten vakbonden samen met werkgevers om te bekijken hoe ze voor beide partijen winst kunnen boeken. Daar wordt een maatregel om afval te verminderen een echt syndicaal verhaal: door te besparen op afvalkosten wordt ruimte gecreëerd voor loononderhandelingen of worden ontslagen vermeden. Door die bereidwilligheid aan beide kanten kan men aan een veel positiever verhaal bouwen.”

“De uitdaging om via sociaal overleg ook de processen op de werkvloer te verbeteren is een beetje eigen aan het Belgisch systeem: men onderhandelt wel over het verdelen van de taart, via de loononderhandelingen, maar veel minder over hoe de taart gebakken wordt, de werkorganisatie.”
Maarten Hermans, HIVA

Maar daarmee is de mosterd die we uit het buitenland kunnen halen nog niet op: “Bovendien zien we dat vakbonden in andere landen veel vaker beroep doen op externe experten, adviseurs en instituten als het gaat over thema’s als psychosociaal welzijn, technologie en ecologie. Dat zou de legitimiteit en zelfzekerheid rond veel thema’s echt ten goede kunnen komen”, vertelt Hermans.

Een ruimere horizon voor meer werknemersbetrokkenheid

Maar er is hoop. Nieuwe bewegingen zoals de klimaatprotesten zorgen ervoor dat vakbonden de kans krijgen om de meer traditionele vakbondsthema’s te verbinden met nieuwe maatschappelijke debatten en ook nieuwe groepen aan te spreken. “Uit internationaal onderzoek blijkt dat vakbonden meer steun krijgen in hun bedrijf als ze ook daarbuiten voor meer staan dan louter het verdedigen van de werknemersbelangen op bedrijfsniveau. Zelf werkte ik als vakbondsafgevaardigde mee aan de organisatie van een klimaatstaking aan de KU Leuven. Met die actie bereikten we weer nieuwe mensen, waardoor we de werknemersbetrokkenheid konden uitbreiden”, besluit Hermans.  

Image

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in ons magazine rond eerlijke transitie. 

Word nu lid en ontvang 2 magazines per jaar, boordevol interessante opinies, interviews en artikels.