Skip to content
Home - Blog - Systeemverandering via de Trias Economica

Systeemverandering via de Trias Economica

Babette Porcelijn

Brussel, 10 juni 2026 – in een ontmoeting met Babette duiken we dieper in het nieuwe boek De Trias Economica waarmee ze ons wil uitdagen en inspireren.

1. Introductie en de zoektocht naar effectieve verduurzaming

Babette Porcelijn startte haar zoektocht in 2014 toen zij zich realiseerde hoe groot, acuut en gevaarlijk de ecologische crisis is voor onze toekomst. Dit leidde tot haar eerste boek, De Verborgen Impact, en de oprichting van de stichting Think Big Act Now. De kern van haar vroege werk draait om het feit dat het overgrote deel van onze ecologische voetafdruk onzichtbaar is: deze ontstaat aan de andere kant van de wereld bij de winning van grondstoffen, landbouw en productie, nog vóórdat producten worden geïmporteerd.


Via een door de stichting ontwikkelde tool is de top 10 van impactfactoren voor de gemiddelde consument en bedrijven in kaart gebracht. Dit helpt om effectief te verduurzamen en niet te blijven hangen in marginale details. Na haar brede verkenning in het Happy 2050 Scenario (waarin zij de energie-, landbouw- en circulaire transities fileerde), kwam zij tot de conclusie dat de échte sleutel tot verandering in ons economische systeem ligt. Dit vormt het fundament van haar nieuwste concept: de Trias Economica.

2. Het fundamentele probleem: twee smaken in de economie

Volgens Porcelijn kent de economie in de basis twee varianten die onmogelijk met elkaar te verenigen zijn:


1. Een economie gericht op gebruik en nut: Hierbij is welzijn het doel, zijn producten er om te gebruiken en is geld puur een handig ruilmiddel. Het creëert waarde voor de maatschappij en de planeet.


2. Een economie gericht op geldvermeerdering: Hierbij is winst het doel, en worden mensen en producten gereduceerd tot een middel. Dit systeem is gebaseerd op waarde-extractie: het onttrekt waarde aan de planeet en de maatschappij om kapitaal te vergroten.

In tegenstelling tot het neoliberale idee van trickle-down (waarbij rijkdom naar beneden toe zou sijpelen), werkt de huidige economie als een trickle-up-mechanisme. Net als bij het spel Monopoly accumuleert het kapitaal zich bij de partijen die al een voorsprong hebben; de rest is enkel bezig met overleven.

3. Historische wetmatigheden en de dubbele curve

Porcelijn introduceert het onderzoek van prof. Bas van Bavel (Universiteit Utrecht), die historische markteconomieën bestudeerde en een vaste cyclus ontdekte:


– Markteconomieën beginnen vaak na een periode van extreme ongelijkheid en een daaropvolgende revolutie. Er ontstaat nieuwe vrijheid met veel kleine, gelijkwaardige bedrijvigheid.


– Dit slaat om in groei, wat een gevoel van oneindige voorspoed geeft, maar ondertussen neemt de ongelijkheid sluipend toe.


– Uiteindelijk zetten de allerrijksten hun economische macht om in politieke macht (regulatory capture). Innovatie stagneert door monopolies en het systeem eindigt onherroepelijk in onderdrukking en economisch verval.


De ecologische crisis als versterker: Wat onze huidige tijd uniek en gevaarlijk maakt, is dat de economische neergang samenvalt met een ecologische curve. Door het overschrijden van de planetaire grenzen stevenen we af op een ecologische ineenstorting. Deze twee curves liggen boven op elkaar en versterken elkaar. De grote vraag van Porcelijn is: hoe knippen we deze curves door?

4. De blinde vlek van het BBP en verborgen kosten

De huidige focus op het Bruto Binnenlands Product (BBP) geeft een volledig verwrongen beeld van de werkelijkheid. Het BBP meet enkel productie en consumptie. Wanneer we echter naar de ‘zichtbare verduurzaming’ kijken, focussen we ons vaak alleen op de CO₂-uitstoot tijdens het gebruik van een product. Porcelijn heeft berekend dat dit slechts 20% van de werkelijke impact is. De overige 80% zit in de verborgen impact (zoals biodiversiteitsverlies, toxiciteit, land- en watergebruik) in zowel binnen- als buitenland.
Wanneer een vragensteller uit het publiek doorvraagt over wat er dan precies ‘krimpt’ als we spreken over economische achteruitgang, verduidelijkt Porcelijn haar stelling: we vernietigen op enorme schaal ecosystemen en onttrekken onbetaalde waarde aan de Global South. De Global South ontwikkelt in feite de Global North: we geven een fractie aan ontwikkelingshulp, maar trekken er een veelvoud aan waarde uit terug. Als we alle schades, milieukosten, gezondheidsschade en onderbetaling (externalities) van de afgelopen 50 jaar wél van het BBP zouden aftrekken, blijkt dat de economie al een halve eeuw feitelijk krimpt. We maken simpelweg meer stuk dan we opbouwen.
Daarnaast wijst een historische grafiek (de Genuine Progress Indicator) uit dat de brede welvaart na de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk steeg door de wederopbouw, maar een scherpe knik naar beneden vertoonde rond 1975. Dit is exact het moment waarop het neoliberale discours en het moderne neokolonialisme postvatten in de wereldeconomie. De economische schade van niet-ingrijpen is gigantisch: bij een opwarming van 4,5 graad verliezen we tegen 2100 tot wel 60% van ons mondiale income. Bovendien landt de zogenaamde groei enkel bij de top 1%. Wereldwijd bezit de armste helft van de wereldbevolking slechts 2% van de welvaart. In landen als Nederland en België is de scheefgroei nagenoeg identiek.

5. De groeidwang uit het geldsysteem

Een belangrijke motor achter deze extractie en de verplichte economische groei is ons geldsysteem. Slechts 10% van het geld is tastbaar cashgeld van de centrale banken. De overige 90% is giraal geld: het is door commerciële banken gecreëerd op het moment dat een bedrijf of consument een lening afsluit.
Het probleem is dat over deze 90% giraal geld wel rente betaald moet worden. Die rente wordt echter niet mee-gecreëerd. Hierdoor ontstaat er een ingebouwde groeidwang: de economie moet groeien om de schulden en de rente te kunnen afbetalen. Omdat het rendement op vermogen historisch gezien hoger is dan de reële economische groei, vloeit deze rente direct naar de rijkste decielen van de samenleving. Van elke euro die een consument in de winkel uitgeeft, gaat gemiddeld 30 cent direct naar investeerders en banken in de vorm van rendement. De armste 80% van de bevolking betaalt zo via dagelijkse aankopen netto mee aan het rendement van de rijkste 10%.

6. Het democratische tekort en de consumentenmythe

Porcelijn legt de vinger op de zere plek als het gaat om macht: het huidige economische systeem is diep ondemocratisch. Degenen die beslissen over productieketens en kapitaal profiteren van de winsten, maar voelen de schades niet. De echte stakeholders — arbeiders diep in de ketens, lokale gemeenschappen, toekomstige generaties en de natuur zelf — hebben nul inspraak.
Discussie over de consument: Een lid van het publiek breekt in en stelt dat de consument wel degelijk invloed heeft via zijn koopgedrag. De vragensteller bepleit dat als 100% van de burgers anders zou kiezen, de markt direct kantelt.
Babette Porcelijn nuanceert dit scherp. Zij stelt dat we de theory of change (de veranderstrategie) niet louter op de schouders van de individuele consument mogen leggen. De groep consumenten die bewust extra wil betalen voor fair trade of biologisch is in de praktijk klein (vaak single-digit percentages van de markt), mede door een gebrek aan de juiste informatie. De gemiddelde consument kiest vaak toch voor de goedkope reep chocola of de goedkope vlucht en schuift de morele verantwoordelijkheid af door aan het eind van de maand een tientje aan Greenpeace te doneren. Hoewel consumenten de economie financieren en theoretisch slagkracht hebben, gebruiken ze die om diverse redenen niet. Echte verandering vereist daarom geen gedragsverandering van onderop, maar een fundamentele systeemverandering.

7. De oplossing: De Trias Economica en het dynamisch stemrecht

Geïnspireerd door Montesquieu’s Trias Politica (die de almacht van de koning brak door de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht te scheiden), stelt Porcelijn een Trias Economica voor om de almacht van het grote geld te breken.


Vandaag de dag zitten de drie economische machten — de publieke macht (regels), de bedrijfsmacht (productie/impact) en de financiële macht (geld) — innig bij elkaar op schoot via lobby’s, aandelen en staatsschulden. Dit moet rigoureus uit elkaar getrokken worden aan de hand van twee nieuwe basisregels:

Regel 1: Geen machts- en winstoverlap

Eén partij mag nooit tegelijkertijd profiteren van de winst, beslissen over de productie én de economische regels bepalen. Er mag geen overlap zijn tussen de drie bollen. Geld moet weer puur dienend worden aan de productie en het welzijn. De financiële sector — of in ieder geval het deel dat geld schept — moet volledig non-profit worden. De wet luidt: je mag geld verdienen met iets wat reële waarde toevoegt, maar je mag nooit meer geld verdienen met geld zelf.

Regel 2: No Impact Without Representation (inspraak via dynamisch stemrecht)

Afgeleid van de Amerikaanse onafhankelijkheidsleus (No taxation without representation), stelt Porcelijn dat iedereen die de impact van economische beslissingen voelt, ook een stem moet krijgen in de besluitvorming. Dit leidt tot de afschaffing van de traditionele aandeelhoudersvergadering (waar geld regeert) en de introductie van de stakeholdersvergadering.
Binnen deze vergadering krijgen alle partijen die door het bedrijf worden geraakt een stem: de werknemers, de leveranciers, de omwonenden én de natuur (vertegenwoordigd door onafhankelijke curatoren of stewards). Om te voorkomen dat één van deze groepen de macht grijpt en zichzelf gaat bevoordelen ten koste van de rest, introduceert Porcelijn het revolutionaire principe van het Dynamisch Stemrecht.


De dynamiek van de natuur als blauwdruk
Het dynamisch stemrecht is rechtstreeks gekopieerd van de manier waarop de natuur telkens opnieuw naar een balans zoekt. In een gezond ecosysteem is er geen statische machthebber. Porcelijn illustreert dit aan de hand van de biologische dynamiek tussen vossen en hazen:
– Als er heel veel hazen (prooidieren) zijn, hebben de vossen (roofdieren) overvloedig te eten. De vossenpopulatie begint exponentieel te groeien.
– Door de groei van het aantal vossen worden er echter zóveel hazen opgegeten, dat de hazenpopulatie instort.
– De hazen ervaren op dat moment de hoogste ecologische druk (impact). In de natuurlijke dynamiek verschuift de ‘macht’ nu indirect: omdat er te weinig hazen zijn, sterven de vossen bij bosjes van de honger. De druk op de hazen neemt af, waardoor hun populatie zich kan herstellen. Het systeem balanceert zichzelf continu via deze feedbackloops.


Vertaling naar de economische praktijk
Binnen de Trias Economica werkt het dynamisch stemrecht exact hetzelfde. De stemverhouding binnen een bedrijf is niet gecentreerd rondom kapitaal, maar verschuift automatisch naar de stakeholdergroep die op dat moment de grootste negatieve impact of schade ervaart.

Een concreet voorbeeld: Stel dat een kledingbedrijf overstapt op een giftige verfstof om kosten te besparen. De omwonenden van de fabriek worden hierdoor ziek. Op dat moment registreert het systeem dat de ‘omwonenden’ de grootste negatieve impact ervaren. Hun stemrecht schiet direct dynamisch omhoog naar bijvoorbeeld 60% of 70%. Met deze absolute meerderheid kunnen zij de directie dwingen te stoppen met de giftige verf en te kiezen voor een ecologisch alternatief.

Het herstel van de balans: Zodra de fabriek is schoongemaakt en het water weer zuiver is, neemt de negatieve impact op de omwonenden af tot nul. Op dat moment ebt hun extra stemrecht automatisch weg en vlakt hun invloed weer af naar het basisniveau. Mocht het bedrijf vervolgens de lonen van de textielarbeiders extreem gaan knijpen, dan schiet de impactmeter bij de ‘werknemers’ in het rood, waardoor hun stemrecht direct dominant wordt om die misstand recht te zetten.

Door dit dynamische, ecologische principe in te bouwen, hoeven we volgens Porcelijn niet te hopen dat mensen plotseling moreel superieure wezens worden. Het economische systeem wordt door het dynamische stemrecht simpelweg zo robuust en zelfreinigend dat uitbuiting, extreme verrijking en ecologische kaalslag direct worden afgestraft en gecorrigeerd door het systeem zelf.

conclusie

In plaats van te proberen de mens te veranderen, kiest Babette Porcelijn met de Trias Economica voor het herontwerpen van de spelregels. Door de machten van regelgeving, productie en geld strikt te scheiden, en door de dynamiek van natuurlijke ecosystemen te kopiëren via het dynamisch stemrecht, ontstaat een economie die zichzelf constant corrigeert richting brede welvaart. De economie wordt hiermee gereduceerd tot wat het in wezen hoort te zijn: een dienend middel tot welzijn voor mens en natuur, in plaats van een doel op zich.

Het boek bevat nog veel meer achtergrond, verdieping, cijfers en visuele voorstellingen, en is een uitnodiging om erover te praten én ermee aan de slag te gaan. Eerst lezen dus en laat daarna het gesprek maar beginnen over hoe we naar brede welvaart gaan!

Luc Maertens

https://thinkbigactnow.org