verslag van een boeiende ontmoeting
Brussel, 9 juni 2026 – In een goedgevulde Commons Hub in Brussel kwamen denkers, doeners en geïnteresseerden samen voor een prikkelende avond over de toekomst van onze economie. Centraal stond de vraag hoe Europa kan transformeren van een continent dat gericht is op kwantiteit en consumptie, naar een samenleving waarin kwaliteit en gelijkheid de boventoon voeren. Met bijdragen van econoom Paul Schenderling, ontwerper Babette Porcelijn en voormalig VN-rapporteur Olivier De Schutter werd het publiek uitgedaagd om niet alleen met het hoofd, maar ook met het hart naar de economie te kijken.
Van hoofd naar hart: De zoektocht naar de ‘sweet spot’
De avond werd geopend door moderator Lara Sibbing, die de toon zette met een even herkenbare als verrassende term: de liefdesmigrant. Zelf pas vijf maanden geleden voor de liefde naar Brussel verhuisd, verving zij hiermee direct de abstracte economische logica door menselijke emotie. “Liefde is een heel sterke emotie die ons daadwerkelijk in beweging kan brengen,” hield ze de zaal voor. “Alleen goede ideeën die we in ons hoofd stoppen, zijn een heel goed begin, maar het is niet genoeg. Om echt in beweging te komen, moeten we ook geraakt worden in het hart en in onze handen.”
“Alleen goede ideeën die we in ons hoofd stoppen, dat is een heel goed begin, maar het is niet genoeg. Om echt in beweging te komen, moeten we ook geraakt worden in het hart en in onze handen.” > — Lara Sibbing
Sibbing formuleerde haar persoonlijke missie voor de avond helder: het vinden van de precieze sweet spot tussen de gortdroge, rationele IPCC-rapporten aan de ene kant, en de pure menselijke emotie van een programma als Temptation Island aan de andere kant. Om de directheid en de openheid van het gesprek te waarborgen, werd bewust besloten geen video-opnames te maken. “Als je er bent, dan bén je er,” aldus Sibbing.
Paul Schenderling: Europa als continent van kwaliteit
Als eerste spreker schetste econoom Paul Schenderling een kritisch beeld van de huidige koers van de Europese Unie. In zijn nieuwste boek Europa: Continent van Kwaliteit stelt hij onomwonden dat Europa haar ziel aan het verkopen is. De balans tussen economische welvaart en ecologische én sociale rechtvaardigheid staat volgens hem zwaar onder druk. Als directe aanleiding voor zijn boek noemde hij het Draghi-rapport uit 2024, dat in zijn ogen de kernidealen van de Europese economie bedreigt.
“Het Europa waar ik van houd, het Europa dat een balans vindt tussen economische vooruitgang en sociale rechtvaardigheid, verkoopt zijn ziel.” — Paul Schenderling
Het geo-economische trilemma
Schenderling introduceerde het ‘geo-economische trilemma’ waarin Europa zich bevindt. Sinds de opkomst van de hyperglobalisering rond 1980 staan drie elementen op gespannen voet met elkaar, waarvan er volgens hem maar twee tegelijk gekozen kunnen worden:
1. Het behouden van hyperglobalisering.
2. Het beschermen van hoge sociale- en milieustandaarden.
3. Het behoud van de eigen Europese industrie.
Waar de industrie momenteel lobbyt voor het verlagen van de normen om te kunnen concurreren met lagelonenlanden zoals China, pleit Schenderling vurig voor een ‘derde weg’. Hierin behouden we onze industrie én onze standaarden, door deze dwingend op te leggen aan de buitengrenzen van Europa via het handelsbeleid.
Een nieuw huis voor de economie
Om dit te realiseren stelt Schenderling een herontwerp van de economie voor, opgebouwd als een huis:
De fundering: Het herstellen van de juiste volgorde; doelen (het goede leven) moeten weer boven de middelen (productie en consumptie) komen te staan.
Muren en deuren: Het dwingend opleggen van fatsoenlijke kwaliteits-, arbeids- en milieunormen (zoals het uitsluiten van kinderarbeid) bij de import.
Een sociale vloer: Het bieden van zekerheid via universele basisdiensten en fatsoenlijke lonen om de brandstof voor populisme weg te nemen.
Een ecologisch plafond: Harde, absolute grenzen aan broeikasgassen, materiaal-, land-, watergebruik en giftige stoffen. “Als we de uitputting van de aarde begrenzen, zal kwantitatieve groei automatisch worden vervangen door kwalitatieve groei,” stelt Schenderling.
Babette Porcelijn: De Trias Economica
Waar Schenderling de macro-economische kaders schetste, nam industrieel ontwerper en ingenieur Babette Porcelijn het publiek mee naar de diepere wortels van het systeem. Gewapend met haar spreekwoordelijke ‘schop’ graaft Porcelijn al twaalf jaar naar de werkelijke impact van onze westerse consumptie. Haar conclusie is even helder als pijnlijk: 80% van onze ecologische en sociale impact ligt in het Mondiale Zuiden, volledig buiten ons zicht.
“Op de bodem van al die problemen ligt één ding: macht,” aldus Porcelijn. De macht van het Mondiale Noorden over het Zuiden, en de macht van het grote geld over de samenleving, zorgen ervoor dat de natuur, toekomstige generaties en getroffen gemeenschappen geen stem hebben.
“De hel-economie – het kapitalisme – is een ondemocratisch systeem, ingebed in een democratie. En dat is een recept voor een ramp.” — Babette Porcelijn
De scheiding der economische machten
Geïnspireerd op de Trias Politica van Montesquieu lanceerde Porcelijn haar model voor grote bedrijven en financiële instellingen: de Trias Economica.
Zij stelt voor om de drie economische machten, die nu gevaarlijk met elkaar verweven zijn (denk aan de 30.000 lobbyisten in Brussel), strikt te scheiden:
1. De publieke macht: De partij die de regels maakt.
2. De financiële macht: De investeerders die winst beogen.
3. De ondernemingsmacht: De partijen die de economie uitvoeren.
Volgens haar eerste basisregel mag geen enkele partij deze rollen tegelijkertijd vervullen of beïnvloeden. Haar tweede regel luidt: “Geen impact zonder representatie.” Als een productieketen de leefomgeving van mensen raakt, moeten zij een stem krijgen in dat proces.
Concreet betekent dit dat de traditionele aandeelhoudersvergadering moet worden vervangen door een stakeholdersvergadering (waarin werknemers en omwonenden beslissen). Daarnaast pleit ze voor een volledig non-profit financiële sector. “Als we de financiële sector non-profit maken, halen we de groeidwang uit de economie. Geld wordt weer een middel in plaats van een handelswaar,” legt ze uit. Tot slot moeten productiemiddelen zoals land en water eigen rechten krijgen, zodat ze niet langer onbeperkt kunnen worden uitgebuit.
Olivier De Schutter: De politieke realiteit…
Voormalig speciaal VN-rapporteur Olivier De Schutter toonde zich diep onder de indruk van de aangedragen ideeën en gaf aan de Trias Economica in de toekomst vaker te zullen aanhalen. Wel plaatste hij vanuit zijn internationale ervaring een aantal scherpe kanttekeningen en politieke realiteitschecks.
Wat betreft het trilemma van Schenderling wees De Schutter op het principe van “multilateralisme van doelen en unilateralisme van middelen”. Omdat Europa verantwoordelijk is voor zo’n 18% van het wereld-BBP, heeft het de macht om hoge standaarden af te dwingen aan de grens. Hij waarschuwde echter dat dit wel internationaal en multilateraal afgesproken waarden moeten zijn (zoals VN-principes), om te voorkomen dat Europa eenzijdige, imperiale eisen oplegt aan landen in ontwikkeling.
De Schutter deelde bovendien een grote macro-economische zorg over de post-groei-visie : overheden en ontwikkelingslanden zijn momenteel volledig afhankelijk van economische groei om hun gigantische schuldenlasten te kunnen afbetalen. Hij legde de vinger op de politieke zere plek:
“Zowel links als rechts zijn het over heel veel oneens, maar over één ding zijn ze het eens: namelijk dat we groei nodig hebben om onze problemen op te lossen. Hoe doorbreek je dat?” — Olivier De Schutter
Tegelijkertijd zag hij sterke parallellen tussen het werk van Porcelijn en de VN-roadmap voor armoedebestrijding waaraan hij zelf werkte. Hij pleitte eveneens voor werkplaatsdemocratie (echte zeggenschap voor werknemers), een sterke sociale en solidaire economie, en het heroveren van geldschepping voor maatschappelijk nut. Nu wordt 95% van het geld gecreëerd door commerciële banken, waardoor vitale sectoren zoals de zorg of ngo’s nauwelijks financiering krijgen omdat ze niet winstgevend genoeg zijn.

De zaal in beweging: Wat heb jij lief?
Na het theoretische spervuur bracht host Jeroen Janss de avond terug naar een persoonlijk niveau. Hij merkte op dat de grote macro-economische modellen indrukwekkend zijn, maar vaak ook abstract en ver weg voelen. Om de brug te slaan naar het alledaagse leven stelde hij de zaal twee bedrieglijk simpele vragen : Wat heb jij lief? En: Hoe zou de economie jou kunnen helpen om dichter bij datgene te leven wat je liefhebt?
Janss illustreerde dit met zijn eigen liefde voor wandelen in de natuur. Waar hij woont is groen dichtbij, maar in de stad is dat een zeldzame luxe. Dit heeft concrete gevolgen: steden warmen gevaarlijk op tijdens hittegolven. De hitte in het stadscentrum waar zijn 84-jarige moeder woont, maakt de noodzaak voor groenere steden pijnlijk tastbaar. Toegang tot groen is geen luxe, maar een maatschappelijke noodzaak voor onze mentale en fysieke gezondheid. Dat verandering kan, bewijzen recente herinrichtingen in Brussel (zoals rond de Beurs), waar bomen en autoluwe boulevards aanvankelijk op weerstand stuitten maar inmiddels breed worden gewaardeerd.
Het publiek kreeg vervolgens tien minuten de tijd om in kleine groepjes met elkaar in gesprek te gaan. De zaal veranderde in een levendige oefenruimte. Wildvreemden spraken openhartig met elkaar over intieme verlangens en pure passies, variërend van zinvol werk tot wielrennen en alpinisme
Het nagesprek: Verborgen kosten en groeidwang
Bij de terugkoppeling op het podium observeerde Olivier De Schutter dat onze huidige samenleving er al zo lang op hamert dat de natuur een uit te buiten grondstof is en de mens een instrument, dat we soms het vermogen zijn kwijtgeraakt om op een niet-instrumentele manier met elkaar om te gaan.
Babette Porcelijn greep dit moment aan om het centrale economische manco aan te kaarten: het niet doorberekenen van externaliteiten. “We betalen niet voor milieuschade en niet de juiste prijs voor lonen in het Mondiale Zuiden,” stelde ze scherp. Als de échte schade aan gezondheid en milieu in de prijs zou worden meegerekend, zou een treinticket ineens veel goedkoper zijn dan een vlucht naar Bali, en een plantaardige burger goedkoper dan een vleesburger.
Vanuit het publiek klonk direct een scherpe, terechte vraag: als we milieukosten doorberekenen en alles duurder maken, kunnen de ultrarijken dat prima betalen, maar wordt de kloof tussen arm en rijk dan niet juist groter?
De fabel van groene groei
Paul Schenderling reageerde hierop door de mythe van ‘groene groei’ door te prikken. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat het mogelijk is om de economie te vergroenen terwijl de productie en consumptie blijven groeien. De enige weg vooruit is het stellen van een harde grens aan de milieudruk, waardoor er ruimte ontstaat voor kwalitatieve groei: méér maatschappelijke waarde met lagere sociale en ecologische kosten.
Babette Porcelijn sloot zich hier resoluut bij aan en legde de vinger op de zere plek wat betreft ons bruto binnenlands product (BBP):
“Als je externaliteiten volledig meeneemt, dan groeit de economie helemaal niet. Ze krimpt al meer dan veertig jaar.” — Babette Porcelijn
We staren ons blind op het BBP, terwijl de huidige groei uitsluitend ten goede komt aan de allerrijksten en de winsten verdwijnen naar belastingparadijzen, aldus Porcelijn. De werkelijke oorzaak van deze groeidwang is volgens haar een technische weeffout in ons geldsysteem. Omdat commerciële banken geld creëren als schuld, is er altijd rente (winst) nodig die op het moment van creatie nog niet bestaat. De economie moet dus wel groeien om geld te genereren dat in de boeken al is meegeteld. “Daar begint de groeidwang. En daar zouden we ook een einde aan kunnen maken als we stoppen met geld te maken uit geld.”
Met deze ingrijpende en door velen als “mindblowing” ervaren vaststelling rondde Lara Sibbing de officiële avond af. Onder het genot van een hapje en een drankje zette de discussie zich nog urenlang voort in de Commons Hub — een avond die overduidelijk niet alleen het hoofd, maar ook het hart en de handen van de aanwezigen in beweging had gebracht.
Luc Maertens
