Rapport: sociale rechtvaardigheid in de Europese Green Deal

Thijs CaluEerlijke transitie, Energie, Klimaat, Recent

Op 30 mei publiceerden Denktank Minerva en Reset.Vlaanderen een studie, uitgevoerd in opdracht van Open Society Europe Policy Institute, waarin ze de Europese Green Deal onderwerpen aan een sociale-rechtvaardigheidstoets. Het ‘Fit for 55’-pakket aan wetsvoorstellen dat de Europese Commissie vorige zomer presenteerde en waarover in deze zomer een akkoord bereikt moet worden, vormt de kern van de analyse.  

Fit for 55 geeft invulling aan de Europese ambitie tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. De meest controversiële voorstellen uit het pakket zijn de creatie van een nieuw systeem van Emissiehandel voor gebouwen en transport (ETS2), de aanscherping van het bestaande systeem van Emissiehandel (ETS1), een daaraan gekoppelde koolstofheffing aan de Europese grenzen (CBAM), en een Europees Sociaal Klimaatfonds, dat kwetsbare huishoudens moet ondersteunen in de transitie. Maar hoe sociaal rechtvaardig zijn deze voorstellen?  

Stijgende energieprijzen en de oorlog in Oekraïne zetten de Europese Commissie er half maart al toe aan te pleiten voor een versnelde doorvoering van het pakket, en voor bijkomende maatregelen met als doel Europese energie-onafhankelijkheid. Het voorstel werd door elf Europese regeringen in een gezamenlijke verklaring ondersteund. België (en met name Vlaanderen) schaarde zich niet achter het initiatief, omdat Europees klimaatbeleid de energierekeningen van huishoudens verder omhoog zou drijven.  

De vraag of Fit for 55 inderdaad vooral de kwetsbaarste huishoudens zal treffen, die nu al moeite hebben met het ophoesten van een stijgende energierekening, staat centraal in het rapport. We evalueren de sociale rechtvaardigheid van het pakket, waarbij we sociaal rechtvaardig klimaatbeleid definiëren als beleid dat effectief is in het drastisch beperken van verdere opwarming, vervuiling en exploitatie van de aarde, dat progressief is (positief herverdelend), dat de rekening legt bij de zwaarste vervuilers (‘the polluter pays’), en dat voorkomt dat kwetsbare groepen achterblijven in de transitie (‘leave no one behind’).  

De ambitie om dergelijk sociaal rechtvaardig klimaatbeleid te voeren is duidelijk en ambitieuzer dan ooit geformuleerd door de Europese Commissie. Maar het beprijzen van koolstof via emissiehandel, waar het Europees klimaatbeleid grotendeels rond draait, is geen ideaal instrument om sociale rechtvaardigheid te realiseren. Het laat veel ruimte voor grote vervuilers om de prijs van de transitie af te wentelen op de eindconsument, kleinere bedrijven en huishoudens. Dat heeft regressieve effecten, omdat wie minder te besteden heeft, een groter deel van hun inkomsten aan basisbehoeften als energie besteedt, zelfs als ligt hun totale koolstof consumptie lager.  

Tegelijkertijd moet erkend worden dat een systeem van emissiehandel momenteel het enige politiek haalbare instrument is om uitstoot op het Europees niveau te  beperken, en dat het pakket een aantal geloofwaardige voorstellen bevat waarmee regressieve effecten ervan  — ten minste ten opzichte van de huidige situatie —  beperkt worden, zoals het uitfaseren van gratis emissierechten in ETS1, en de daaraan verbonden koolstofheffing aan de Europese grenzen (CBAM).* Toch  vallen op dit vlak nog verbeteringen voor te stellen, bijvoorbeeld door het aandeel van de koolstofprijs dat aan  de consument kan worden doorgerekend wettelijk te  begrenzen, en door een prijsbodem en een prijsplafond  voor emissierechten in te voeren.  

Het belangrijkste element van een rechtvaardige transitie is echter het tijdig en laagdrempelig aanbieden van duurzame alternatieven aan de kwetsbaarste groepen, zodat zij op een betaalbare en toekomstbestendige manier in hun dagelijkse behoeften kunnen blijven voorzien. Daarvoor kunnen de opbrengsten uit emissiehandel aangewend worden.  

De Commissie stelt voor dat te doen aan de hand van een Sociaal Klimaatfonds. Dat zou zo’n 144,4 miljard euro omvatten, of 25% van de Europese inkomsten uit ETS2, en nog eens 25% van de inkomsten uit ETS2 die naar de lidstaten zouden vloeien. Het fonds wordt naar de noden van de lidstaten verdeeld, waardoor er minder terugvloeit naar economisch sterkere economieën en meer terechtkomt in landen waar er nog veel investeringen in duurzaamheid nodig zijn en de middelen daarvoor beperkt.  

“Het belangrijkste element van een rechtvaardige transitie is het tijdig en laagdrempelig aanbieden van duurzame alternatieven aan de kwetsbaarste groepen, zodat zij op een betaalbare en toekomstbestendige manier in hun dagelijkse behoeften kunnen blijven voorzien. Daarvoor kunnen de opbrengsten uit emissiehandel aangewend worden.”

Het geld moet door nationale regeringen geïnvesteerd worden in projecten die de kwetsbaarste groepen ondersteunen in de transitie, bijvoorbeeld aan de hand van renovaties van sociale woningen, investeringen in toegankelijk openbaar vervoer en het aanbieden van verzekeringen tegen klimaatschade. Maar het politiek akkoord tussen de nationale regeringen over dit onmisbare onderdeel van Fit for 55 staat op losse schroeven.

Zowel voor het Sociaal Klimaatfonds als voor het Mechanisme voor de Rechtvaardige Transitie geldt bovendien dat de nationale regeringen in belangrijke mate zelf invulling geven aan het beleid, door — in overleg met de Commissie — investeringsplannen op te stellen.  We hameren daarbij op het belang van democratische verantwoording, transparantie en de betrokkenheid van het middenveld en burgers in dat proces. Bij gebrek aan draagvlak in de samenleving is klimaatbeleid immers gedoemd om te falen.  

Klimaatbeleid dat als onrechtvaardig en ondemocratisch ervaren wordt, kan bovendien een politieke backlash ontlokken met bredere consequenties, zowel voor nationale regeringen als voor de Europese Unie.  

Tenslotte benadrukken we dat klimaatbeleid niet effectief kan zijn zonder ongelijkheid als motor van de klimaatcrisis te bestrijden. Een groot deel van de klimaatschade is immers te wijten aan het consumptiepatroon van een beperkte, zeer bevoordeelde groep. Het meest recente World Inequality Report laat bijvoorbeeld zien dat de rijkste 10% samen dubbel zo veel uitstoot als de resterende 90% samen, en zelfs zo’n zes keer zoveel als de armere 50% van de samenleving.  

“Klimaatbeleid kan niet effectief kan zijn zonder ongelijkheid als motor van de klimaatcrisis te bestrijden.”

Naast het Europees klimaatpakket moeten nationale regeringen daarom op zoek naar herverdelende klimaatmaatregelen om de transitie naar duurzame energie-onafhankelijkheid zonder enige vertraging in de steigers te zetten. Voor de Belgische context geldt alvast dat het streven naar lagere energierekeningen met een btw-verlaging geen goed voorbeeld is van sociaal rechtvaardig klimaatbeleid. De middelen die hiervoor aangewend worden, kunnen beter gebruikt worden om de klimaattransitie voor kwetsbare groepen mogelijk te maken, dan om de energierekening van wie méér verbruikt — door een vrijstaand huis te verwarmen, intensief gebruik te maken van een auto, of een luxueus reis- en consumptiepatroon te onderhouden — meer te drukken, zonder hen te stimuleren om hun vervuilend gedrag te veranderen. Wie wél in de problemen komt door de prijsstijgingen, krijgt de kans niet om eraan te ontsnappen. 

Louise Hoon, wetenschappelijk medewerker bij Denktank Minerva
Karel Pype, beleidsmedewerker bij  Reset.Vlaanderen 

* Op het vlak van internationale rechtvaardigheid omvat het huidige voorstel voor een Carbon Border Adjustment Mechanism echter nog risico’s, zoals de verdere verarming van een aantal economieën die sterk afhankelijk zijn van de export van koolstofintensieve producten naar Europa.
Dit rapport draagt bij aan de volgende SDG's: 
Image Image Image Image Image Image Image Image