Vlaanderen dreigt boot te missen om zware industrie te verduurzamen

Thijs CaluEerlijke transitie, Energie, Financiering van de transitie, Klimaat, Recent

Voor het Europees Vakbondsinstituut ETUI onderzochten Bond Beter Leefmilieu en Reset.Vlaanderen de steunmaatregelen voor de zware industrie in België, Nederland en Duitsland. Wat blijkt? Vlaanderen hinkt achterop: subsidies en kortingen vallen een handvol grote verbruikers te beurt, terwijl ze maar weinig positieve klimaatimpact hebben. Bovendien ontbreekt een transitieplan en bijhorend budget. Lessen kunnen we trekken uit Nederland en Duitsland, die sinds 2019 een andere koers varen en forse investeringen op tafel legden.

Nieuwe industriële revolutie

De transformatie van de zware industrie is een van de centrale uitdagingen van de komende decennia. De productie van materialen zoals ijzer, staal, cement, aluminium en basischemicaliën veroorzaakt grote hoeveelheden broeikasgasemissies. In Vlaanderen zijn deze sectoren verantwoordelijk voor zowat 28% van de totale emissies. Bovendien daalt deze uitstoot al tien jaar niet meer. Stapsgewijze vooruitgang volstaat niet om de klimaatdoelstellingen (klimaatneutraliteit in 2050) te halen: er is nood aan een ingrijpende koerswijziging. Een nieuwe industriële revolutie dus.

Klimaathefbomen

Behalve het Europees beleid (Fit For 55) zullen ook nationale overheden moeten bijdragen om deze industriële transformatie waar te maken. Hier bevinden zich belangrijke hefbomen op vlak van subsidies, kortingen, (energie)belastingen en regelgeving.

Tot 2019 bleken die steunmaatregelen in Nederland, Duitsland en België weinig bij te dragen aan de klimaatdoelen. Bovendien waren ze opvallend asociaal: gratis emissierechten kwamen vooral terecht bij een relatief kleine groep bedrijven. De energiebelastingen voor deze sectoren werden zeer laag gehouden, via een complex systeem van voordelige tarieven en vrijstellingen. Zo betaalden in Vlaanderen gezinnen per MWh 20-30 maal meer aan groenestroombijdragen dan de grote industriële bedrijven.

De belangrijkste drijfveer van dit beleid was defensief: de nationale concurrentiekracht behouden stond voorop. 

De steunmaatregelen in Nederland, Duitsland en België bleken weinig bij te dragen aan de klimaatdoelen. Bovendien waren ze opvallend asociaal: gratis emissierechten kwamen vooral terecht bij een relatief kleine groep bedrijven.

Trendbreuk in 2019 - maar nog niet in Vlaanderen

Sinds 2019 is er in Nederland en Duitsland sprake van een trendbreuk. Nederland lanceerde een industriële strategie, die duidelijke doelstellingen combineert met een industriële koolstofprijs en aangepaste subsidies. Het land wil een concurrentievoordeel opbouwen door voorop te lopen in de industriële transitie. Ook Duitsland formuleerde een eigen industriële visie, waarbij het land vooral steunt op nieuwe subsidies. 

Hoewel Vlaanderen voor gelijkaardige uitdagingen staat als onze buurlanden, hebben we tot vandaag geen nieuw industrieel beleid. In het najaar van 2021 worden wel nieuwe beleidsinitiatieven verwacht. 

De Nederlandse en Duitse strategieën kunnen daar als inspiratie dienen: zo pleiten we voor een brede duurzaamheidstoets van alle bedrijfssubsidies, zoals die vandaag al bestaat in Duitsland en een nationale industriële koolstofprijs, zoals in Nederland. Ook een fors investeringsbudget moet voorzien worden: zo voorziet Nederland voor de transitie een totaalbudget van 30 miljard tot 2030, waarvan jaarlijks 550 miljoen naar de industrie gaat - ter vergelijking: Vlaanderen heeft haar huiswerk nog niet klaar en voorziet momenteel in haar ‘Moonshots’ slechts 20 miljoen per jaar, naast andere steunmaatregelen.

Bond Beter Leefmilieu en Reset.Vlaanderen pleiten voor een langetermijnvisie en een goed uitgewerkt plan, dat duidelijk maakt hoe de Vlaamse industrie een koploper kan worden in de industriële transitie. Breed overleg en een eerlijke verdeling van lusten en lasten moeten daarbij centraal staan. 

=> lees de volledige studie (EN)
=> lees de samenvatting (NL)