Skip to content

Werken aan en in een koolstofneutrale en circulaire economie

> Download het rapport

Beeld: Joana Mundana for ArtistsForClimate.org

De klimaattransitie zal de arbeidsmarkt diepgaand hertekenen. Naar schatting 26% van de banen zal aanzienlijke gevolgen ondervinden, doordat ze nieuwe of verbeterde vaardigheden zullen vergen, of de vraag naar dat type jobs zal stijgen. Het gaat vooral over jobs in de circulaire economie, nutsbedrijven, de bouw en in mindere mate de maakindustrie. Bij- en omscholing is daarvoor noodzakelijk, maar de verdeling van de kansen en risico’s daarvan is vandaag een zwarte doos.

Wat loopt goed?

Er is een duidelijke structurele daling van emissies uit energie en industrie: van 40,7 Mton in 2011 naar 30,5 Mton in 2023 (figuur 1). Het aandeel Belgische bedrijven dat doelstellingen voor hun eigen broeikasgasemissies zet en opvolgt schommelde enkele jaren net onder de helft, maar sprong in 2025 naar ruim 60%. Het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix groeide gestaag, net als de jobs in de circulaire economie en hernieuwbare energie (figuur 2 en 3). Positieve signalen voor de circulaire economie zijn er ook in de praktijk: het hergebruik van spullen steeg licht, terwijl het aantal betaalde herstellingen verdubbelde op tien jaar tijd. De materialenvoetafdruk per inwoner daalde ten opzichte van 2012, wat wijst op een lichte ontkoppeling van materiaalgebruik en welvaart.

figuur 1

Figuur 2

Figuur 3

Wat kan beter?

De circulariteitsgraad stagneert. Ondanks de groei van circulaire bedrijfstakken nam de circulariteitsgraad van het materiaalgebruik, na een korte periode van groei, opnieuw af. In 2022 staat het weer op hetzelfde niveau als in 2014. De circulariteitsgraad van het materiaalgebruik (CMUR) is de verhouding van het circulair materiaalgebruik ten opzichte van het totaal materiaalgebruik.

Financiële stromen gaan nog steeds grotendeels naar het instandhouden van de koolstofintensieve industrie. De compensatie voor indirecte emissiekosten is een subsidieregeling waarbij de Vlaamse overheid een deel van de hogere elektriciteitsfactuur van energie‑intensieve bedrijven terugbetaalt, omdat in de stroomprijs ook de kosten voor CO₂‑uitstoot (via het emissiehandelssysteem) verrekend worden. Het doel is te voorkomen dat deze bedrijven omwille van die klimaatkosten hun productie verplaatsen naar landen met minder strenge regels. Toch bleek uit de evaluatie van deze subsidie dat de middelen niet duidelijk leidden tot duurzaamheidsinvesteringen, en bleek ook de verhuisdreiging loos. Een beperkte club van zo’n dertig bedrijven krijgt zo een gegarandeerde inkomstenstroom zonder sterke voorwaarden of toekomstgerichte investeringen. Mede door het grote aandeel van deze compensatie voor grote vervuilers droeg in 2023 slechts de helft van de 340 miljoen aan Vlaamse energiesubsidies voor de industrie bij aan defossilisering (figuur 4). Tegelijk crashten de subsidies voor de circulaire economie van 27 miljoen euro (2022) naar nauwelijks 7 miljoen euro (2023-2024), precies de omgekeerde beweging van wat de transitie vereist (figuur 5).

Werknemersinspraak en sociale dialoog staan onder druk. Na een topscore in 2018 scoort België intussen al enkele jaren matig op de Global Rights Index voor vakbonds- en werknemersrechten. Daarnaast zijn participatie en zeggenschap van werknemers in transitieplannen moeilijk te meten en onvoldoende structureel verankerd.

Na jarenlange stijging kende het aandeel hernieuwbare energie in 2024 voor het eerst een daling. Het nam licht af tot 10,3%, na een piek van 10,7% in 2023. Dat komt doordat het totale energiegebruik steeg met 4%, terwijl de hernieuwbare productie slechts 0,5% toenam. Het hogere totale energieverbruik is vooral toe te schrijven aan de industrie. We zijn daarmee nog ver verwijderd van de 33 procent energie uit hernieuwbare bronnen die we zouden moeten bereiken tegen 2030.

Figuur 4

Figuur 5

Welke info ontbreekt?


Groene opleidingen en omscholing worden niet structureel opgevolgd. We weten hoeveel jobs impact ondervinden door de klimaattransitie. We weten welk soort jobs, en in welke mate. Maar we weten niet welke opleidingen de juiste skills aanbieden om die werknemers in staat te stellen hun evoluerende job uit te oefenen. Laat staan dat we weten hoeveel en welke mensen jaarlijks deelnemen aan die opleidingen voor groene skills en groene omscholing. Dat is hoogstens versnipperde info die, alle strategieën voor levenslang leren ten spijt, geen coherent beeld geven op hoe de arbeidsmarkt mee evolueert met de transitie. Ook data over circulaire jobs op functieniveau, bij zelfstandigen, KMO’s en de brede “doenerseconomie” ontbreken grotendeels.

De mate en kwaliteit van werknemersparticipatie in transitieplannen van bedrijven blijft een black box. Als werknemers niet systematisch betrokken worden bij transitieplannen, dreigt de klimaattransitie vooral een top-down oefening van directies, consultants en overheid te blijven. Dat verlaagt de kwaliteit doordat praktijkkennis ontbreekt en vergroot het risico op weerstand en sociale ongelijkheid.

Beleidsaanbevelingen

  1. Heroriënteer financiële stromen weg van fossiele lock-ins en maak publieke steun doelgericht en gekoppeld aan heldere groene en sociale voorwaarden. Alle steun en stimuleringsmaatregelen voor industrie, fiscale voordelen, subsidies en infrastructuursteun, worden verbonden aan gerichte klimaatinvesteringen en sociale voorwaarden: kwaliteit van werk, sociale dialoog en geen verlies van collectieve rechten. Ook kleine bedrijven zonder financiële slagkracht moeten bovendien de overstap kunnen maken.
  2. Verplicht structurele werknemersinspraak in transitieplannen. Ondernemingen in koolstofintensieve sectoren worden verplicht om transitie- en investeringsplannen (in lijn met 1,5°C) in co-creatie met vakbonden en werknemersvertegenwoordigers op te stellen, met aandacht voor jobkwaliteit, omscholing en regionale verankering.
  3. Pleit voor het behoud van ETS, zonder het systeem te verzwakken. Het Europese emissiehandelssysteem is het meest effectieve klimaatinstrument dat Europa tot nu toe heeft ontwikkeld: het heeft de uitstoot in de Vlaamse ETS-sectoren al met 45% doen dalen en maakt van CO₂ een harde bedrijfseconomische kost die investeringsbeslissingen richting verduurzaming duwt. ETS en CBAM zorgen samen voor een eerlijk speelveld tussen Europese en niet-Europese bedrijven en creëren wereldwijd een prikkel om zelf koolstofbeprijzing in te voeren. De bestaande tekortkomingen (prijsvolatiliteit, te lange bescherming via gratis rechten en de sociale impact) vragen om gerichte hervorming en flankerend sociaal beleid, niet om afbouw of uitstel. Vlaanderen moet in crisistijden dus niet pleiten om ETS te verwateren, maar juist vragen om het te versterken en het systeem verdedigen als de hoeksteen van een competitieve klimaattransitie dat het is. 
  4. Investeer gericht in omscholing naar groene en circulaire jobs, met inclusieve toegang. De Roadmap Green Skills voor Vlaanderen is ontwikkeld in 2023 als high-level strategie met implementatieplan, maar werd nadien niet formeel verankerd in bindend beleid. Deze aanzet blijft momenteel een vrijwillige richtlijn zonder veel navolging. Tijd dus om de volgende stap te zetten. Ontwikkel samen met onderwijs, VDAB, sectorfondsen en sociale economie, een programma voor groene en circulaire competenties dat expliciet inzet op kwetsbare groepen: laaggeschoolden, mensen met migratieachtergrond en langdurig werkzoekenden. Volg systematisch op hoeveel en welke deelnemers deze opleidingen volgen. Meten is weten.

JUST TRANSITION SCAN 2026

Welvaart anders bekeken: de Vlaamse donut als kompas