Skip to content

Energiezuinig, betaalbaar en comfortabel wonen

> Download het rapport

Beeld: Dajana Oroz for ArtistsForClimate.org

Wat loopt goed?

De klimaattransitie in de woonsector is effectief bezig. De broeikasgasuitstoot van residentiële gebouwen daalt (zie figuur 1) , terwijl fossielvrije verwarming als warmtepompen en warmtenetten gestaag ingang vinden. Hetzelfde geldt voor zonnepanelen, die meer dan verdubbelden op vijf jaar tijd. Ook de woningkwaliteit verbetert globaal: het aandeel woningen in (zeer) slechte fysieke staat daalde van 13% in 2013 naar 9% in 2023.

figuur 1

Wat kan beter?

De baten van de transitie komen onevenredig terecht bij wie al kapitaal en eigendom heeft. Zo zijn zonnepanelen veel sterker aanwezig bij hogere inkomens (zie figuur 2). Zij maken ook vaker gebruik van renovatiesteun en -premies, en voor hogere bedragen, terwijl de woningen van lagere inkomens juist in slechtere staat zijn. Subsidies en fiscale voordelen schieten tekort voor kwetsbare groepen.

Energiearmoede blijft hardnekkig en schommelt al jaren rond hetzelfde cijfer. De onderste 10% van woningen in (zeer) slechte staat verandert nauwelijks, precies de woningen waar energiearmoede zich het sterkst manifesteert.

Figuur 2

Kwetsbare huurders zijn onvoldoende in beeld en beschermd. De betaalbaarheid van wonen vormt vooral voor private huurders, lagere inkomens en
eenoudergezinnen een groot risico (zie figuur 3). Verhuurders kunnen renovatiekosten doorrekenen in huurprijzen, terwijl woningkrapte elke echte keuzevrijheid voor huurders ontneemt.

Figuur 3

Welke info ontbreekt?


De EPC-databank geeft geen accuraat beeld over de energieprestatie van het hele Vlaamse woonpatrimonium. Daardoor kunnen we ook niet exact opvolgen hoe snel de renovatietransitie zich juist voltrekt, en welke groepen achterblijven of juist geholpen worden door gericht beleid. Ook de socio-economische verdeling van fossielvrije technologieën als warmtepompen wordt momenteel niet systematisch opgevolgd. 

Beleidsaanbevelingen

  1. Richt renovatiesteun vooral op de onderkant van de woningmarkt.
    Maak van de onderste 10% woningen in (zeer) slechte staat een expliciete prioriteit, met proactieve outreach naar kwetsbare eigenaars, ontzorgingsmodellen die praktische drempels wegnemen en hogere steunintensiteit. Premies zijn niet het beste instrument: zet sterker in op renovatiebegeleiding voor VME’s, collectieve renovaties en renovatieleningen.
  2. Richt een Collectieve Renovatiemaatschappij op.
    Een gecoördineerde aanpak van diepe wijk- en appartementsrenovaties biedt schaalvoordelen en is kostenefficiënter dan elke woning apart renoveren. Zo’n maatschappij ontwikkelt samen met gemeenten lokale renovatie- en warmteplannen, met volledige ontzorging en op maat gemaakte voorfinanciering, ook voor wie de investeringskost niet zelf kan dragen. Huurders worden expliciet beschermd via tijdelijke herhuisvesting en huurprijsregulering.
  3. Zorg ervoor dat huurders niet vast komen te zitten in een slechte energiesituatie, doordat ze zelf geen controle hebben over investeringen en beslissingen van de eigenaar.
    Versterk ook huurwetgeving zodat investeringen in energetische renovatie niet leiden tot verdringing via huurverhogingen.
  4. Schaal burgerenergiemodellen die energiearmoede aanpakken op.
    Voorzie structurele ondersteuning voor burgercoöperaties die werken met lage-inkomensgezinnen, huurders en bewoners van sociale woningen.

5. Investeer in bijkomende en energiezuinige sociale woningen en maak van sociale huisvesting een speerpunt van het woon- en klimaatbeleid. Versterk het actieve grondbeleid (publieke grondreserves, voorkooprechten, strategische verwerving) zodat toegang tot geschikte en betaalbare grond geen rem meer is op nieuwe projecten.

Figuur 4

Met financiële steun van:

JUST TRANSITION SCAN 2026

Welvaart anders bekeken: de Vlaamse donut als kompas